Gewijzigde regelgeving voor maatschappen: wat is de impact voor u?

Wat betekent de modernisering van het economisch recht voor uw maatschap?

7 Minuten
VR 15-03-2019

Het juridisch landschap voor maatschappen werd het laatste jaar stapsgewijs hertekend. Onder andere het Wetboek Economisch Recht werd gewijzigd, wat een aantal nieuwe verplichtingen met zich meebracht. Ook het insolventierecht en de antiwitwaswetgeving ontsnapten niet aan de golf van modernisering.

Insolventierecht van toepassing op maatschappen (faillissement)

De eerste wetgevende wijziging die impact heeft op maatschappen vond plaats op 1 mei 2018, toen het boek XX van het Wetboek Economisch Recht in werking is getreden. Dit boek betekende een revolutie in het insolventierecht (dit is het geheel van regels omtrent het niet kunnen voldoen aan zijn of haar financiële verplichtingen). Niet alleen werden de WCO (wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen) en de Faillissementswet samengesmolten, er werden ook ingrijpende wijzigingen doorgevoerd.

De meest ingrijpende verandering voor maatschappen (maar ook vzw’s en vrije beroepen) is dat waar deze voorheen niet failliet konden worden verklaard, dit sinds 1 mei 2018 wél kan. Ook kregen een aantal aan het faillissement verbonden aansprakelijkheidsregels een ruimere draagwijdte, met tot gevolg dat oprichters en zaakvoerders van maatschappen nu ook onderworpen zijn aan nieuwe, strengere regelgeving inzake insolventie.

Uitbreiding van het begrip ‘onderneming’

De Wet van 15 april 2018 houdende de hervorming van het ondernemingsrecht verscheen op 27 april 2018 in het Belgisch Staatsblad. De wet trad in werking op 1 november 2018 en heeft een aantal belangrijke gevolgen voor maatschappen. Zo wordt o.a. het begrip ‘onderneming’ uitgebreid naar:

  • iedere persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
  • iedere rechtspersoon;
  • iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.

Er worden verder nog een aantal uitzonderingen geformuleerd, maar het bovenstaande betekent wel dat voortaan elke maatschap wordt beschouwd als een onderneming, met gewijzigde spelregels tot gevolg:

1. Afschaffing burgerlijke vennootschap

Sinds 1 november 2018 wordt er niet langer een onderscheid gemaakt tussen vennootschappen met een handelsdoel en vennootschappen met een burgerlijk doel. Elke vennootschap (en dus ook elke maatschap) wordt gezien als een onderneming, zonder onderscheid.

Dit betekent dat de burgerlijke maatschappen, zoals we ze vroeger kenden, een stille dood sterven en evolueren naar een volwaardige onderneming, onderworpen aan het vernieuwde ondernemingsrecht.

Praktisch?
Het burgerlijke karakter van een vennootschap wordt vermeld in de statuten. Het is dan ook aangewezen de vermelding naar het burgerlijk karakter van de maatschap te schrappen uit deze statuten en ook in elke andere communicatie (facturen, akten, website,…) gebruikt u het woord “burgerlijk” beter niet langer.

2. Aansprakelijkheid

De afschaffing van de burgerlijke vennootschap heeft ook gevolgen voor de aansprakelijkheid van de maten in een maatschap. Sinds 1 november 2018 geldt voor alle maatschappen dat elke maat voor het geheel van de schulden aansprakelijk is. Hier kan niet van worden afgeweken tenzij door een uitdrukkelijk beding, overeengekomen met de desbetreffende schuldeiser.

Praktisch?
Maatschappen hoeven geen verplichte actie te ondernemen. De aansprakelijkheidsregels zijn op 1 november 2018 bij wet van kracht gegaan.

3. Inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO)

Net als vennootschappen, vzw’s en stichtingen zijn sinds 1 november 2018 ook alle maatschappen verplicht om hun activiteiten te registreren bij de Kruispuntbank van Ondernemingen. Maatschappen opgericht vóór 1 november 2018 krijgen nog tot 1 mei 2019 om de registratie in orde te brengen.

De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is een databank van de FOD Economie waarin alle basisgegevens van ondernemingen worden gecentraliseerd. Een deel van deze gegevens wordt gepubliceerd, andere gegevens zijn enkel zichtbaar voor overheidsdiensten en de onderneming zelf. Elke onderneming ontvangt een uniek ondernemingsnummer dat in principe op alle officiële documenten moet worden vermeld, om vlotte identificatie te verzekeren.

Praktisch?
De inschrijving bij de KBO gebeurt via een erkend ondernemingsloket naar keuze. Maatschappen bij BinckBank kunnen hun verkregen ondernemingsnummer meedelen aan BinckBank via klantenservice@binck.be.

4. Boekhoudplicht

Elke maatschap zal voortaan een boekhouding moeten bijhouden. Voor maatschappen opgericht na 1 november 2018 geldt deze verplichting meteen. Maatschappen opgericht vóór 1 november 2018 zijn boekhoudplichtig vanaf het eerste volledige boekjaar dat aanvangt na 30 april 2019. In de praktijk komt dit doorgaans neer op het boekjaar 2020 (voor maatschappen die per kalenderjaar werken).

Maatschappen waarvan de jaarlijkse omzet (exclusief btw) hoger is dan € 500.000 zullen in principe een dubbele boekhouding moeten voeren. Maatschappen waarvan de jaarlijkse omzet (exclusief btw) niet hoger is dan € 500.000 mogen waarschijnlijk een vereenvoudigde boekhouding voeren. Een vereenvoudigde boekhouding bestaat uit een aankoopboek, verkoopboek, financieel dagboek en een inventarisboek. De boekhouding zal 7 jaar lang moeten worden bijgehouden.

Het neerleggen en publiceren van een jaarrekening is voor maatschappen niet verplicht.

Praktisch?
Op de website van de FOD Economie komt u meer te weten over het voeren van de boekhouding van een onderneming. Als u als maatschap actief bent bij BinckBank, zal u ook uw beleggingen moeten toevoegen aan uw boekhouding. Bij een vereenvoudigde boekhouding bevat het financieel dagboek een overzicht van alle financiële verrichtingen. Voor uw beleggingen bij BinckBank kan u hiervoor beroep doen op de gegevens in uw rekeningafschriften (Zelf Beleggen) en kwartaalrapporten (Laten Beleggen).

Anti-witwasregelgeving naar Europese normen

Naar aanleiding van de vierde Europese witwasrichtlijn is in België het UBO-register (ultimate beneficial owner) in het leven geroepen. Het UBO-register is een centraal register waarin Belgische ondernemingen hun ‘uiteindelijke’ begunstigden moeten registreren. Het doel van dit register is om de transparantie te vergroten en zo structuren voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme tegen te gaan.

Ook maatschappen zijn onderworpen aan de nieuwe UBO-regelgeving. Uiterlijk op 30 september 2019 moeten de uiteindelijke begunstigden geregistreerd zijn in het UBO-register.

Praktisch?
Meer informatie over wie kwalificeert als een ‘uiteindelijke’ begunstigde, welke informatie vereist is bij de registratie en hoe u zich moet inschrijven vindt u op de website van de FOD Financiën

Vennootschapsrecht

Op 28 februari 2019 werd het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen door de Kamer goedgekeurd. Meer informatie over de impact van dit Wetboek vindt u ten laatste begin april terug in een apart artikel op deze blog.



Bronnen: Tiberghien, Koen Geens, Cazimir, Deloitte, Degroof Petercam, Klaw.

Deze communicatie is gebaseerd op de geldende wetgeving en recente rechtsleer. De inhoud ervan kan onderhevig zijn aan wijzigingen en interpretatie. BinckBank aanvaardt geen aansprakelijkheid voor deze informatie.

Deel dit artikel:

Ook interessant voor u